Campagne Ik zorg

In de sector van zorg en welzijn is qua werk en functies meer te kiezen dan je misschien denkt.  Op de website www.ontdekdezorg.nl lees je de verhalen van mensen in de zorg of welzijn. Over bijvoorbeeld hun achtergrond of interesses en natuurlijk hun passie voor hun werk. Ook ontdek je op die site meteen welke beroepen, opleidingen en kansen bij je passen. Deze site is onderdeel van de landelijke campagne 'Ik zorg'.

Medewerkers van Elker - Het Poortje

Ook onze collega's delen graag hun verhaal met jou! Op deze site lees je de verhalen van Jan - Willem, Sylvia en Mossika. Zij werken in verschillende functies bij Het Poortje Jeugdinrichtingen. Ook lees je de verhalen van Suda, Ankie en Deniz, zij werken bij Elker Jeugd- en Opvoedhulp. Allen zijn ze onderling verbonden als medewerkers van Elker - Het Poortje.

 

Jan-Willem - Groepstherapeut gesloten jeugdzorg Wilster

Ik werk op een leefgroep met maximaal acht jongens en meisjes met ernstige gedragsproblematiek. Ze zijn bij ons door de rechter geplaatst en mogen dus niet zomaar naar buiten. Als groepstherapeut zorg ik ervoor dat de jongeren veiligheid en structuur krijgen.

De jongeren die hier terechtkomen hebben vaak een masker op. In onze leefgroep zijn ze niet langer een straatjongen of -meisje, maar worden ze voor het eerst weer gezien en gehoord. Ze kunnen zichzelf weer zijn en dat is voor mij heel belangrijk. Achter hun pantser zitten vaak hele leuke jongens en meisjes die ook zelf graag tot de orde geroepen willen worden.

Dat betekent niet dat mijn baan rustig is. Sterker nog: het is bij tijd en wijlen heel zwaar, met name vanwege fysiek en verbaal geweld. Gelukkig kan ik altijd op mijn collega’s aan; op het moment dat er iets fout gaat, komen meteen hulptroepen aangesneld.

Veel jongeren op onze groep komen uit gezinnen waar de ouders gescheiden, aan de drugs of agressief zijn. Vaak zakken ze langzaam, maar zeker steeds verder af. Het begint met een jointje roken, daarna spijbelen van school en op een gegeven moment raken ze verstrikt binnen Jeugdzorg. En uiteindelijk bij ons: op een gesloten groep. Daarnaast hebben we veel meisjes met loverboy problematiek die tegen zichzelf beschermd moeten worden. Ook zien we steeds meer een verschuiving richting GGZ-problematiek.

Ik ben hier 16 jaar geleden komen werken, daarvoor werkte ik in een commerciële wereld. Een kennis van mij werkte bij mijn huidige werkgever en vroeg of het niks voor mij was. Destijds was dit nog een justitiële jeugdinrichting en kon je hier nog zonder diploma aan de slag. Inmiddels heb ik talloze opleidingen gevolgd. Ik doe het werk graag; al kan ik maar één jongere helpen, dan is dat het waard.

Sylvia - Systeem/ Ouderbegeleider in gesloten jeugdzorginstelling Wilster

Als een jongere in een gesloten instelling wordt geplaatst, heeft dat een grote impact op zowel het kind als de ouders. Het is mijn taak om uit te zoeken hoe de gezinssituatie is en wat de ouders nodig hebben om de jongere beter te kunnen begeleiden. Op deze manier proberen we te voorkomen dat iemand weer terugvalt als hij of zij weer thuis komt wonen. Jongeren verwijten hun ouders vaak dat zij de rechter toestemming hebben gegeven voor de plaatsing. “Jij wou me kwijt, he!”, roepen ze dan. Dat is heel pijnlijk voor de ouders. Ik probeer dat met het gezin uit te praten. Ook later in het traject overleg ik veel met de ouders. Ik leg bijvoorbeeld uit waarom de gezinsvoogd bepaalde beslissingen neemt. Dat is nodig om de weerstand weg te nemen, zodat de ambulante hulpverlening sneller aan de slag kan als een jongere uiteindelijk weer thuis komt wonen.

Ik geef ook opvoedtips aan de ouders. Zo komt het voor dat ze niet streng kunnen zijn, terwijl een jongere dat wel nodig heeft. Op zo’n moment is het zoeken naar een middenweg. Je moet je aanpassen aan het niveau en de behoefte van het gezin, anders werkt het niet. Soms helpt het de boodschap in andere woorden uit te leggen: “Een kind heeft toch regels nodig, dus dan moet je consequent zijn. Je moet dus doen wat je zegt.” Op het moment dat ze dat begrijpen, zoeken we samen uit wat er nodig is dat ook vol te kunnen houden. Ik haal er veel voldoening uit als we er op zo’n moment samen uitkomen.

Door systeemgericht te werken, wordt niet alleen de jongere maar het hele gezin ondersteund op zowel gebied van wonen, dagbesteding, scholing, netwerk en relaties. Kinderen blijven altijd loyaal aan hun familie of ze nu wel of niet naar huis terug werken. Het is voor mij als hulpverlener fijn om met het gezin aan het werk te gaan en te kijken wat goed is voor het kind met oog op veiligheid en ontwikkeling van het kind. Om samen te onderzoeken waar de oorzaak van het probleem ligt, welke kind- en gezinsfactoren daarin meespelen en wat er nodig is om te voorkomen dat de problemen opnieuw ontstaan of verergeren. Het is een kunst om aan te sluiten bij de behoefte en hulpvraag van het gezin. Ouders weer in hun kracht te zetten en kinderen leren om eigen verantwoording te dragen voor de keuzes die ze willen maken.

Werken in de zorg als hulpverlener is leuk en soms confronterend, maar door me bewust te zijn van mijn eigen socialisatie en levenservaring heeft dit me gevormd als mens en als hulpverlener.

 

Mossika - Coördinator dagbesteding (Portalis/Elker)

Ik ben de coördinator van twee dagbestedingsprojecten: een winkel (handmade hopes) en de werkplaats Groningen. Beide plekken zijn gericht op jongeren verschillende vaardigheden te leren, zelfinzicht op te doen en een perspectief ten aanzien van hun eigen toekomst te bieden. Daarbij is er onder andere aandacht voor werknemersvaardigheden kunnen leren, technische/ winkel vaardigheden plus vaardigheden die nodig zijn om in de maatschappij te kunnen functioneren.

Onder laatstgenoemde vaardigheden vallen o.a. zaken als op tijd komen, plannen, organiseren en sociale vaardigheden. Het werken aan gedrag, houding en motivatie is echter het hoofddoel.

Het is mooi om te zien dat mijn collega’s de focus hebben op de jongeren weer in hun kracht zetten door ze perspectief te bieden en meer verantwoordelijkheden te geven. We hebben bijvoorbeeld een autistische jongere in de winkel die regelmatig geen zin meer heeft in het leven. Het is voor onze collega’s de kunst om hem te motiveren toch elke dag te komen. Ook leren we hem vaardigheden aan zoals hoe ga ik een gesprek aan met mijn collega’s, welke vragen kan ik stellen en op welk moment.

Soms zit de vooruitgang in hele kleine dingetjes. Laatst hadden we een jongen een kaart gegeven na een hardloopwedstrijd. Deze las hij maar zonder enige reactie maar later zagen we dat hij het kaartje stiekem nog een keer onder de tafel las. Hij zat helemaal te genieten. Dat is mooi. Hoe erg iemand in de put zit, er is altijd wel iets positiefs aan iemand en je juist daarop te richten.

Iedereen heeft goede eigenschappen. Wij halen die naar boven en bekrachtigen ze. Als je in de zorg werkt is geen dag hetzelfde. Ik kan me voorstellen dat mensen de stap naar de hulpverlening niet durven zetten omdat ze bang zijn niet genoeg kennis te hebben. Dat is niet nodig: je leert heel veel tijdens het werken met jongeren. Het is voor jongeren heel fijn om te zien dat jij ook niet alles weet en je soms samen iets dan gaat opzoeken.

Belangrijk tijdens dit werk is dat je kan reflecteren iedere dag maar weer op je eigen handelen. Wat kan zorgen dat dit confronterend is voor jezelf.

Deniz - Ambulant Hulpverlener (Elker)

Deze week zei een vader tegen mij: “Ik heb gisteravond gezellig met mijn zoontje gebarbecued. Dat was al drie jaar niet gebeurd”. Als ik zo’n verhaal hoor, is mijn dag helemaal goed. Ouders kloppen vaak radeloos bij mij aan; ze hebben thuis zoveel problemen met hun kinderen tussen de vier en 12 jaar oud, dat ze het niet meer trekken.

Ik leer ouders door middel van een Amerikaanse therapievorm, een bewezen effectieve methodiek met de naam PMTO (parent management traning Oregon) nieuwe opvoedingsstrategieën. We praten over situaties en doen heel veel rollenspellen, zodat ze inzicht krijgen in hoe ze zaken in de opvoeding anders kunnen aanpakken. De kinderen leren weer luisteren, het wordt thuis weer gezelliger. Weer positief kunnen kijken, dat is de essentie. De sessies zijn soms erg intensief, dus ouders moeten wel gemotiveerd zijn om deze stap te zetten. Gelukkig is het overzichtelijk: we zijn na 15 tot 25 sessies klaar.

Ouders die bij mij langskomen hebben vaak al veel meegemaakt: echtscheidingen, verlies, noem maar op. Het gezin zit vaak in een negatieve spiraal, waardoor ze alleen nog maar naar de negatieve dingen kunnen kijken. Ik leer ze allereerst om weer positief naar hun kind te kijken en het te belonen als er iets goed gaat. Dat is heel belangrijk en vaak gebeurt dat niet meer. Op het moment dat ouders dat beseffen, zie je na drie tot vier weken al veranderingen bij het kind.

Mijn werk doet me beseffen dat ik heel blij ben met mijn eigen jeugd en de situatie waarin ik mijn kinderen kan opvoeden. Je weet dat het ook anders kan. Een kind kan niet kiezen in welke situatie hij of zij geboren wordt of in opgroeit. Sommigen hebben pech en ik krijg de kans om in dat geval een kleine positieve bijdrage te leveren. Dat vind ik heel mooi aan mijn werk.

Suda - Coach en groepsbegeleiding (Elker)

In mijn werk haal ik plezier uit kleine dingen. Zo begeleid ik een autistische jongen die niet van aanrakingen houdt. Hij geeft zelfs geen hand. Toch probeer ik hem elke keer als hij wat goeds heeft gedaan een high five te geven. Dat werd 80 keer genegeerd, maar laatst kreeg ik er ineens een terug. Dat is zo mooi.

Ik werk met jongeren van 13 tot 18 jaar die bij ons verblijven en een behandeling krijgen. Daarnaast werk ik in een trainingshuis, waar we jongeren voorbereiden om zelfstandig of onder ambulante begeleiding te gaan wonen. We leren ze bijvoorbeeld om een dagelijkse routine op te bouwen, sociale vaardigheden en inzicht te krijgen in hun financiën.

We helpen niet alleen met de praktische zaken; ook een luisterend oor bieden is belangrijk. Ik ben bijvoorbeeld net terug van vakantie en zag in de overdracht dat het niet goed ging met een jongen die ik coach. “Oeh, ik ben benieuwd of hij überhaupt wel met me wil praten”, dacht ik. Dat kwam helemaal goed: gisteren was ik aan het werk en we hebben van 5 tot 9 uur dingen met elkaar doorgesproken. Dat is bijzonder, want hij is normaal gesproken snel afgeleid door iets anders.

Ik heb SPH gestudeerd en ga binnenkort weer de collegebanken in voor een Master of Healthy Ageing. Zelf houd ik heel erg veel van sporten en zou graag zien dat we nog meer van dit soort activiteiten aanbieden aan de jongeren. Toen ik de opleiding zag en erover vertelde aan mijn werkgever, steunden ze me. Nu heb ik er alle ruimte voor. Dat waardeer ik erg.

Ankie - Meewerkend leidinggevende jeugdzorg

In de Jeugdzorg hoef je echt niet direct een volledig volleerde hulpverlener te zijn. Je mag leren en je zult je hele carrière blijven leren. Je moet wel stevig in je schoenen staan en vanuit goede intentie in de jeugdzorg willen werken.

Als je vroeger in je eigen jeugd vervelende ervaringen heb meegemaakt, moet je ze wel goed verwerkt hebben. Het is fantastisch als jij je eigen leerervaringen met jongeren professioneel in kunt zetten zodat zij hier ook weer van kunnen leren.

Ik begon op mijn 21ste als sociotherapeut in een TBS kliniek, in 2001 stapte ik van Dienst Justitiële Inrichtingen over naar Jeugdzorg. Inmiddels werk ik 18 jaar met jongeren en ben ik nog steeds blij dat ik die keuze destijds heb gemaakt. Het is cliché, maar elke dag is anders en je leert elke dag weer bij. Een paar keer per week denk ik wel: “Dat ga ik een volgende keer anders aanpakken”, maar even zo vaak denk ik: “Dat hebben we goed gedaan”.  

In tegenstelling tot sommige andere banen neem je in de zorg je eigen karakter mee, je bent je eigen tool. Je kunt jezelf niet achter een masker verschuilen. Mijn karakter is dat ik met passie alles doe wat ik aanpak, ik ben betrouwbaar en duidelijk. Dat kan ik tijdens mijn werk niet ineens veranderen. Het werken met onze jongeren vergt geduld, een lange adem en geloof in het feit dat jongeren kunnen/willen veranderen.

Het hoeft niet meteen de eerste keer goed. Wat onze jongeren jaren hebben ondergaan/aangeleerd hebben gekregen, verander je niet in een paar weken tijd.  

Plezier in mijn werk heb ik als ik zie dat medewerkers plezier in hun werk hebben, dat ik ze kan faciliteren hun werk goed te doen. Als ik zie dat een jongere glimlacht naar een medewerker omdat hij/zij er plezier in heeft en de medewerker beantwoordt deze lach, dan ben ik daar blij om.

Plezier heb ik als je een jongere 10 keer vraagt: “Leg even een briefje neer of zeg het even als je weggaat“ en dat je dan de 11e keer op de tafel een briefje ziet liggen met de boodschap “ik ben naar de supermarkt zo terug”. Het zijn kleine stapjes maar dat geeft een goed gevoel.

Als leidinggevende geloof ik erin dat de zorg “aan het bed” moet zijn, dat je zoveel mogelijk moet proberen daar te zijn waar je voor werkt en dat is bij de jongeren. Financien heb je nodig om personeel te betalen, maar je kan altijd als team samen nadenken hoe je je middelen het beste in kan zetten. Ik ben erg van de hergebruik of van eigen initiatieven die weinig geld kosten.

Als laatste wil ik mijn waardering uitspreken naar alle medewerkers die met jongeren of in de zorg werken. Het zijn harde werkers die elke dag weer met veel passie en liefde voor de doelgroep naar hun werk gaan. Daar heb ik bewondering voor.